Sommige plekken laat je nooit echt achter. Je bezoekt ze, keert terug, en telkens voelt het alsof je een stukje van jezelf daar hebt achtergelaten. Voor mij is Indonesië zo’n plek. Dit keer reis ik niet door het hele land, maar focus ik me op twee eilanden: Bali en Lombok. Twee bestemmingen met een totaal ander karakter, maar beide even fascinerend.
Op 29 januari 2024 vertrek ik en op 19 februari keer ik weer terug naar Nederland. Ruim drie weken heb ik om onder te duiken in het Balinese leven en de rust van Lombok te ervaren. Het wordt een combinatie van bekende plekken en nieuwe ontdekkingen, maar vooral een reis waarbij ik mijn broer in Lombok opzoek en geniet van de ontspannen eilandcultuur.
Eerste stop: Bali – tussen drukte en rust
Bali is een eiland van contrasten. Van de hectiek van Kuta tot de serene stranden van Sanur, van drukke tempels tot stille rijstvelden. Dit keer verdeel ik mijn tijd bewust: eerst een paar dagen in Kuta om de sfeer op te snuiven en daarna naar Sanur voor wat meer ontspanning.
Kuta – de bruisende start
Kuta is levendig, soms zelfs overweldigend, maar dat maakt het juist zo interessant. De stranden zijn perfect om even bij te komen van de reis, en ’s avonds is er genoeg te zien en te beleven. Misschien een wandeling langs de boulevard, een bezoek aan het iconische Beachwalk Shopping Center of gewoon ergens neerploffen met een Bintang-biertje en kijken naar de surfers die tot zonsondergang op de golven dansen.
Sanur – rust aan de oostkust
Na Kuta trek ik naar Sanur, een plek die een totaal andere energie heeft. Hier geen uitbundig nachtleven of drukke straten vol scooters, maar een meer ontspannen sfeer. Ik kijk uit naar lange wandelingen over de boulevard, waar de zon langzaam opkomt boven de oceaan. Misschien een dagtocht naar Nusa Penida, of gewoon lekker dobberen in de kalme zee. Sanur is een plek om even op adem te komen voordat het echte avontuur begint: Lombok.
Lombok – thuis bij mijn broer in Senggigi
Na Bali pak ik de boot naar Lombok, waar ik de rest van mijn reis doorbreng bij mijn broer. Hij woont in de buurt van Senggigi, een charmante kustplaats aan de westkant van het eiland. Hier runt hij niet alleen zijn eigen familiehuis, maar verhuurt hij ook zeven kamers aan internationale gasten. Een bijzondere plek, waar reizigers uit alle hoeken van de wereld samenkomen.
Het leven in Lombok
Lombok is anders dan Bali. Minder toeristisch, ruiger, authentieker. De stranden zijn net zo mooi, maar vaak veel rustiger. De mensen zijn vriendelijk, het tempo ligt lager. Ik kijk uit naar de dagen zonder planning, naar de gesprekken met de gasten in het familiehuis, naar de simpele dingen zoals een kop sterke Lombokse koffie in de ochtend terwijl de tropische vogels fluiten.
Senggigi zelf heeft genoeg te bieden: prachtige stranden, gezellige restaurants en een relaxte sfeer. Maar ik wil ook verder kijken. Misschien een tocht naar de beroemde watervallen van Senaru, een rit langs de schilderachtige kustweg naar het zuiden of een paar dagen op de Gili-eilanden, die op een steenworp afstand liggen.
Een reis zonder haast
Dit wordt geen reis vol schema’s en afvinklijstjes. Het wordt een reis waarin ik me laat meevoeren door het moment. De hectiek van Kuta, de kalmte van Sanur, het gastvrije huis van mijn broer in Lombok – alles heeft zijn eigen charme.
Wat ik het meest waardeer aan Indonesië, is de manier waarop het je leert om in het moment te leven. Om niet te haasten, om te genieten van de kleine dingen: een glimlach van een onbekende, het geluid van de golven, een onverwachte ontmoeting die je reis een nieuwe wending geeft.
Op 19 februari keer ik terug naar Nederland, maar zoals altijd laat ik een stukje van mezelf achter. Tot de volgende keer, Indonesië.
