Bijgaand een verhaal van de Meesterverteller. De de Meesterverteller is een van mijn pseudoniemen. Meer verhalen van mij als Meesterverteller kun je lezen op: Substack, maar lees eerst eens dit verhaal.
De Winter die op Adem Wachtte
De eerste sneeuw viel vroeg dat jaar. Het waren geen schuchtere vlokjes die aarzelend uit de lucht dwarrelden, maar volle, dikke fragmenten van stilte die de stad in één nacht verstikten. In de vroege ochtend opende Lianne haar voordeur en voelde hoe de kou niet alleen haar wangen beet, maar ook haar herinneringen.
Het woord dat door haar hoofd bonsde, terwijl ze de witte vlakte instapte, was oud en zwaar: overwinteren.
Warmere landen
De stad lag er verlaten bij, alsof iedereen tegelijk had besloten de winterslaap in te glijden. Lianne, een vrouw van achtenzestig, was een van de laatsten die nog rondliepen. Haar kinderen waren vertrokken naar warmere landen, Spanje en Portugal. Haar buren hielden de ramen gesloten, de rolluiken naar beneden. Het plein voor haar huis, waar normaal markt geroezemoes klonk, was leeg; slechts een kraai pikte in een vergeten sinaasappel.
Ze trok haar jas dichter om zich heen en voelde het koude gewicht van een envelop in haar zak. Een uitnodiging, geschreven in de haastige hand van haar overleden man: “Als het winter wordt, zoek dan de serre achter het oude station.” Ze had de brief pas deze herfst gevonden, verstopt in een oud boek.
En nu stond ze op het punt zijn raad te volgen.
Het groene karkas
Het pad naar het station was glibberig. De sneeuw knerpte onder haar laarzen, en elke ademwolk hing traag in de lucht alsof ook de tijd overwinterde.
Het station zelf was al jaren gesloten; de treinen verdwenen, de hal verzegeld. Maar achter het hek zag ze de serre die hij bedoelde: een half ingestorte kas, waar glasplaten als tanden uit de kaken staken.

Binnen was het warmer dan ze had verwacht. Er groeiden planten – grillig, hardnekkig – alsof ze weigerden te sterven. Varenbladeren krulden zich rond roestige balken, een klimop had het raamwerk volledig overgenomen. Midden in dit groene karkas zat een man, gehuld in een dikke jas. Zijn gezicht zat diep in een kap.
“Je bent gekomen,” zei hij zonder op te kijken.
Lianne schrok. Ze herkende hem niet. “Wie bent u?”
De man haalde een klein voorwerp uit zijn jaszak: een kompas waarvan de naald doelloos draaide. “Ik ben degene die overwintert voor wie niet durft,” antwoordde hij.
Zijn stem was hees, maar vertrouwd. Een echo van iets dat ze dacht verloren te hebben.
Niet wachten op de Lente
“Waarom hier?” vroeg ze, haar handen trillend tegen de koude glaswand.
“Omdat dit de plek is waar seizoenen zich niet aan wetten houden,” zei hij. “Wie overwintert, wacht niet tot de lente vanzelf terugkeert. Hij draagt het vuur zelf mee.”
Toen hief hij zijn hoofd, en Lianne zag dat het niet haar man was – en toch leek zijn blik exact dezelfde warmte te dragen. Ze voelde tranen branden.
“Hij vroeg me je dit te geven,” vervolgde de man, en hij legde een klein boekje in haar handen. Het was het reisdagboek van haar man, vol aantekeningen, tekeningen van zuidelijke kusten, maar ook plannen voor een tuin, een kas, een toevluchtsoord.

Overwinteren betekende voor hem niet vluchten naar de zon. Het betekende het bouwen van een plek waar kou, verlies en stilte konden bestaan – zonder je te verwoesten.
Ze las de laatste zin hardop: “Als jij hier ooit komt, dan weet ik dat de winter ons niet heeft gebroken.”
Mijn eigen overwintering
De man stond op, knikte kort en verdween door de overwoekerde deur. Lianne bleef alleen achter.
Ze zette zich neer op een stenen bank en sloeg het dagboek open op een lege pagina. Voor het eerst in jaren schreef ze zelf: “Vandaag ben ik begonnen met mijn eigen overwintering.”
De serre vulde zich met het krassen van haar pen, en buiten bleef de sneeuw vallen. Maar binnen voelde de lucht warmer, alsof de lente zich in haar handen nestelde.
Auteursnotitie
Het woord “overwinteren” inspireerde dit verhaal als metafoor voor hoe mensen omgaan met verlies en stilte. In plaats van te vluchten naar warmte, koos ik ervoor het begrip te herinterpreteren als een daad van volharding en innerlijke transformatie. Het station en de serre symboliseren stilstand en groei tegelijk. Het onbekende personage dat haar het dagboek overhandigt, is bedoeld als schakel tussen herinnering en toekomst. De verborgen thematiek draait om rouw en de moed om de kou niet enkel uit te zitten, maar er iets levends in te planten.
Het bovenstaande verhaal is een verhaal van de Meesterverteller, een van mijn pseudoniemen. Meer verhalen van mij als Meesterverteller kun je lezen op: Substack. Maar voor deze site heb ik nu ook een categorie aangemaakt waarin je deze verhalen kunt lezen.