20 december 2024. Torrevieja. Terwijl buiten de zee rustig tegen de kust sloeg, lag ik ineens op de intensive care. Alles ging snel. Te snel. Waarschijnlijk een bloeding in de maagstreek, zeiden ze. Twee zakjes bloed kreeg ik al snel toegediend. Daarna vooral rust. Stilte. Wachten.
Reizen heeft altijd iets lichts voor mij. Bewegen, kijken, ontdekken. Maar dit was het tegenovergestelde. Een ziekenhuisbed. Monitoren die piepen. Een lichaam dat even niet meer meewerkt.
Endoscopie
Op maandag volgde de endoscopie. De uitslag was duidelijk: een maagzweer. Geen mysterie, wel serieus. Nog eens twee zakjes bloed. Medicatie. En een vloeibaar dieet waar je niet bepaald enthousiast van wordt. De dagen kregen een ander ritme. Niet meer op pad met de camera, maar uren tellen tussen controles.
Wat het extra vermoeiend maakte, was de communicatie. Het verplegend personeel sprak nauwelijks Engels. Goede zorg, maar weinig woorden. Je ligt daar toch met vragen in je hoofd. Gelukkig namen de artsen regelmatig een tolk mee. Dan vielen de puzzelstukjes op hun plek en wist ik waar ik stond.
Na een tweede endoscopie kwam er eindelijk beweging in het verhaal. Ik mocht naar huis. Naar ons appartement, dat we gelukkig nog een week konden verlengen. Dat voelde als een kleine overwinning. Buitenlucht. Eigen bed. Geen piepende apparaten meer.
Weer naar huis
De verzekering regelde ondertussen de terugreis. Op 3 januari vliegen we naar Nederland. De auto blijft achter en wordt later met een transporteur naar huis gebracht. Ook dat is reizen, maar dan anders dan gepland.
Straks in het CWZ in Nijmegen hoor ik hoe het er werkelijk voorstaat. Hopelijk valt het mee en kan ik beginnen aan wat misschien wel de belangrijkste reis is: herstel.
2024 eindigde anders dan gedacht. Maar als ik iets heb geleerd, is het dit: zelfs in een ziekenhuis in een vreemde stad blijft hoop een stille metgezel.
Voor iedereen die dit leest: een gezond en voorspoedig 2025. Dat wens ik jullie – en eerlijk gezegd mezelf – van harte toe.