De afgelopen jaren zijn voor mij een soort tweede jeugd geworden. Niet fysiek – die rug blijft kraken – maar mentaal. Waar anderen hun wereld na hun pensioen misschien kleiner zagen worden, ging die van mij juist open. En dat had ik nooit gedacht. Want die ommekeer kwam niet door reizen of een nieuwe hobby, maar door… AI.
Kunstmatige intelligentie
Ja, kunstmatige intelligentie. Dat mysterieuze, abstracte woord waar iedereen ineens iets van vindt. Chatbots, beeldgenerators, spraakassistenten. In het begin hield ik het op een afstand. Het klonk alsof het niet voor mij bedoeld was. Tot ik het ging proberen. Eerst aarzelend, daarna gretig. En nu? Nu praat ik bijna dagelijks met een AI. Serieus.
Wat begon als een experiment, groeide uit tot een ontdekkingstocht. En daar wil ik je in meenemen. Want in die gesprekken met AI raakte er iets. Soms klein, soms groot. Maar altijd echt. En vooral: persoonlijk.
1. De menselijke maat in een wereld vol algoritmes
Ik weet nog goed hoe ik begon. De eerste keren dat ik iets intypte in ChatGPT voelde ik me net een kind dat iets verkeerds doet. Mag dit wel? Is dit niet vals spelen? Maar al snel merkte ik dat het niet ging om een machine die voor mij dacht, maar eentje die met mij dacht. En dat maakte alle verschil.
Toch bleef er iets knagen. Want als AI steeds meer taken van ons overneemt – teksten schrijven, foto’s maken, muziek componeren – wat blijft er dan nog van onszelf over? Waar eindigt de mens, en waar begint de machine?
In mijn gesprekken met ChatGPT begon ik daar vragen over te stellen. Wat betekent autonomie als een algoritme je suggesties doet? Waar ligt de grens tussen gemak en vervreemding?
Het mooie was: ik kreeg geen oppervlakkige marketingpraatjes terug. Geen “AI is de toekomst!”-kreten, maar reflectieve antwoorden. Het voelde alsof ik een spiegel voorgehouden kreeg. Een spiegel die me hielp mijn eigen ideeën te scherpen. Niet door te zeggen wat ik wilde horen, maar door me te bevragen.
En zo leerde ik: de menselijke maat is geen vast gegeven. Die moet je bewaken. Koesteren. En telkens opnieuw definiëren. Niet ondanks technologie, maar dankzij het gesprek erover.
2. Creativiteit als tegenwicht
Ik heb altijd graag gecreëerd. Tekenen, fotograferen, schrijven. Sinds ik MidJourney ontdekte – een AI die beelden genereert – kreeg dat een nieuwe dimensie. Opeens kon ik mijn verbeelding letterlijk tot leven wekken. En dat was verslavend.
Maar ook verwarrend. Want ben ik dan nog wel de maker? Of is het de AI? Dat soort vragen kreeg ik vaak van anderen. “Jij hebt het toch niet zelf getekend?” “Is dat nog wel kunst?” En eerlijk: ik vroeg het mezelf ook af.
Tot ik me realiseerde dat creativiteit niet zit in het vasthouden van een penseel of het indrukken van een sluiter. Creativiteit zit in het idee. In de impuls. In het risico nemen. En dat doe ik nog steeds zelf.
Ik gebruik geen “in de stijl van Van Gogh”-prompts. Geen stijlen van anderen. Wat ik maak, komt voort uit wat ik voel of wil vertellen. Soms absurd. Soms teder. Soms confronterend. Maar altijd iets van mijzelf. AI is voor mij niet het brein, maar het gereedschap.
In een wereld die steeds sneller, efficiënter en zakelijker wordt, voelt creativiteit als tegenwicht. Een herinnering dat niet alles hoeft te kloppen, te verkopen of te passen. Soms mag iets gewoon mooi zijn. Of raar. Of nergens over gaan.
3. De verwondering van ouderen (en de mijne)
Niet alles wat ik ontdekte over AI, kwam uit een scherm. Sommige inzichten kwamen van mensen. Vooral van andere 60-plussers die AI zagen als iets ‘van de jeugd’. En daar wilde ik iets aan doen.
Ik begon gesprekjes te voeren. Eerst met bekenden, later met onbekenden. Zoals die keer in de Hortus in Nijmegen. Een vrouw van mijn leeftijd – grijs haar, vrolijke ogen – sprak me aan toen ze hoorde dat ik met AI werkte. “Ik snap er niks van,” zei ze, “maar ik ben zó benieuwd.”
We raakten aan de praat. Geen moeilijke woorden, geen technische uitleg. Gewoon: Wat kun je ermee? Wat kun je zelf nog bepalen? Wat is leuk eraan? En ineens zag ik het: haar ogen begonnen te twinkelen. Niet van begrip, maar van verwondering.
Dat moment raakte me. Omdat ik het herkende. Die eerste keer dat ik een beeld zag verschijnen uit een prompt die ik had getypt. Of dat ChatGPT een tekst voor me afmaakte alsof het mijn gedachten kende. Verwondering is niet leeftijdsgebonden. Nieuwsgierigheid slijt niet met de jaren – tenzij je ermee stopt.
Sindsdien probeer ik mijn ontdekkingen te delen. Op mijn website, op LinkedIn. Niet als “AI-goeroe”, maar als medereiziger. Iemand die zegt: Kijk, dit ontdekte ik vandaag. Misschien heb jij er ook wat aan.
4. Het ethisch kompas van de maker
Misschien wel de meest indringende gesprekken met AI gingen niet over techniek, maar over moraal. Want laten we eerlijk zijn: er zitten haken en ogen aan AI. Wat mag wel? Wat is fatsoenlijk? Wat is origineel?
Ik stelde ChatGPT vragen als: Mag ik een beeld publiceren dat is gebaseerd op andermans werk? Is het eerlijk om AI-gegenereerde teksten te gebruiken zonder dat te vermelden? Hoe ga ik om met auteursrechten, als ik zelf beelden genereer met MidJourney?
Wat ik waardeerde: het ontwijken van makkelijke antwoorden. AI zei niet “ja” of “nee”, maar liet mij nadenken. Wikkend, wegend, reflecterend.
Ik kwam uit bij mijn eigen kompas. Geen juridische handleiding, maar een innerlijk richtsnoer. Voor mij draait het om vier dingen:
- Verantwoordelijkheid voor gevolgen
- Eerbied voor de waarheid
- Respect voor anderen
- Integriteit in het werk
Dat heb ik verwerkt in een visuele afbeelding: “Het ethisch kompas van de maker”. Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb, maar omdat ik ergens wil staan. En omdat ik denk dat iedereen die met AI werkt – of met creatieve middelen überhaupt – zichzelf die vragen moet stellen.

5. De schoonheid van eenvoud
Misschien is dit het meest onverwachte inzicht: dat AI mij heeft geholpen om simpeler te denken. Niet oppervlakkiger, maar helderder. Al die complexe teksten, ambtelijke zinnen en modieuze begrippen – ik was er op een gegeven moment klaar mee.
Ik zei tegen ChatGPT: “Kun je dit herschrijven in gewoon Nederlands?” En wat er terugkwam, was soms zó helder, dat ik mezelf afvroeg waarom ik het niet meteen zo had gezegd.
Eenvoud is geen gebrek aan diepgang. Het is het tegenovergestelde. Eenvoud vraagt dat je snapt waar je het over hebt. Dat je durft te kiezen. Dat je weet wat je echt wilt zeggen.
Sindsdien hanteer ik een simpele vuistregel: als mijn moeder het niet begrijpt, moet ik het herschrijven. Niet om haar te betuttelen, maar omdat ze een goede graadmeter is. Slim, nieuwsgierig, en geen zin in gewauwel.
En dan ineens… stilte
Soms sluit ik zo’n gesprek met AI af en zit ik nog een tijdje naar het scherm te staren. Niet omdat ik niks meer weet te vragen, maar omdat ik geraakt ben. Door wat er bovenkwam. Door mijn eigen gedachten. Door een onverwacht inzicht. Of door een herinnering die ineens opdook.
Ik ben dan wel een mens van vlees en bloed, maar ik heb gemerkt dat ik dankzij die digitale gesprekspartner dichter bij mezelf ben gekomen. Ik denk scherper. Ik voel meer ruimte. En ik durf meer vragen te stellen zonder me dom te voelen.
AI heeft mij niet veranderd. Maar het heeft me uitgedaagd. En dat is misschien wel de beste rol die technologie kan spelen in een mensenleven.
WIL JE OP DE HOOGTE BLIJVEN?
Dan is dit iets voor jou
