De opmars van kunstmatige intelligentie is niet te stoppen. We zijn gewend geraakt aan slimme assistenten, fotobewerkende algoritmes en geavanceerde vertaalmachines. Maar er is iets groters in aantocht. Iets wat niet alleen slim is, maar mogelijk slimmer dan wij: superintelligentie. Zijn we daar eigenlijk wel klaar voor?
Dat is geen vraag voor een verre toekomst. Het is een kwestie die ons nú al aangaat.
Van handige hulp naar razendsnelle denker
De AI-tools die ik zelf dagelijks gebruik – denk aan ChatGPT, Midjourney of tools om code te schrijven of beelden te genereren – zijn indrukwekkend, maar blijven binnen bepaalde grenzen. Ze helpen me sneller en creatiever te werken, ze zijn toegankelijk, intuïtief en vaak verbluffend goed. Maar tegelijkertijd zijn ze beperkt. Ze “weten” niets. Ze zijn niet bewust. Ze bootsen menselijk gedrag na zonder het echt te begrijpen.
En toch… de sprong naar iets fundamenteel anders lijkt niet ver weg.
Wetenschappers noemen dat de fase van “superintelligentie”. Het moment waarop AI niet langer een handige tool is, maar een entiteit die slimmer is dan de slimste mens op aarde – op élk denkbaar gebied.
Wat dat betekent? Dat het ons niet alleen helpt, maar ons in veel opzichten overtreft. Niet in één vakgebied, zoals schaken of wiskunde, maar in alles tegelijk: taal, creativiteit, empathie, probleemoplossing, strategie, en zelfs moreel redeneren.
De route naar superintelligentie
Er zijn verschillende paden denkbaar die kunnen leiden tot superintelligentie. De bekendste is die van machine learning zoals we die nu kennen: grote modellen trainen op gigantische hoeveelheden data, tot ze op een niveau komen waar ze zichzelf kunnen verbeteren. Dat is het moment waarop een zogeheten “intelligentie-explosie” kan ontstaan. De AI wordt slimmer, verbetert zichzelf, en dat proces versnelt. In theorie zonder einde.
Andere routes zijn minder concreet, maar wel onderzocht: bijvoorbeeld het kopiëren van een menselijk brein in een computer (whole brain emulation), of de combinatie van mens en machine in een brein-computer-interface. Elon Musk is met Neuralink al jaren bezig aan zo’n toekomst.
Welke route ook gekozen wordt: de eindbestemming is hetzelfde. Een intelligentie die we niet meer volledig begrijpen, laat staan beheersen.
Wat is superintelligentie nu echt?
Laten we dat begrip concreter maken. Superintelligentie betekent niet een snellere computer. Het gaat om intelligentie die op alle gebieden superieur is aan die van de mens. Volgens filosoof Nick Bostrom – die veel over dit onderwerp publiceerde – gaat het om een entiteit die beter redeneert, sneller leert, creatiever is, en beter anticipeert op complexe situaties dan welk mens dan ook.
Het verschil tussen ons en een superintelligente AI is vergelijkbaar met dat tussen een muis en een mens. Wij kunnen het gedrag van een muis begrijpen, haar omgeving manipuleren, haar gedrag voorspellen. De muis begrijpt ons niet – en heeft daar ook geen middelen voor.
De zorg is: wat als AI ons op eenzelfde manier overstijgt?
Wie heeft het stuur in handen?
Stel dat zo’n entiteit werkelijk ontstaat. Wie bepaalt dan wat deze AI mag doen? Wie is verantwoordelijk voor wat ze veroorzaakt? En hoe hou je controle over iets dat jou op alle fronten overklast?
Het probleem is dat zelfs de makers van AI-systemen vandaag de dag vaak niet volledig snappen hoe hun modellen werken. Een taalmodel als GPT-4 bevat honderden miljarden parameters. Het doet dingen die niet altijd voorspelbaar zijn, of logisch verklaarbaar. En dat is nog “gewone” AI.
Stel je nu voor dat zo’n model ook strategisch kan plannen, zichzelf kan bijsturen, doelen kan stellen en morele afwegingen maakt. Dan komen we in onbekend gebied. Het risico is dan niet alleen dat we niet begrijpen wat het doet – maar ook dat we het niet meer kunnen stoppen als dat nodig is.
De risico’s van ongecontroleerde superintelligentie
Veel experts waarschuwen voor wat ze “existentiële risico’s” noemen. Niet alleen dat AI banen overneemt of foute conclusies trekt, maar dat het menselijk bestaan in gevaar komt. Eliezer Yudkowsky, een van de meest uitgesproken AI-denkers, stelt het scherp: “We spelen met vuur. Maar dan op schaal van kernfusie.”
Hij gelooft dat de kans op een ongecontroleerde uitbraak van superintelligentie binnen onze generatie reëel is. En dat we er totaal niet klaar voor zijn.
Anderen, zoals Sam Altman (CEO van OpenAI), zijn minder fatalistisch, maar erkennen het risico. Altman pleit voor mondiale afspraken, toezicht, en bewustzijn – zoals we dat ook hebben voor nucleaire wapens.
De positieve kant: superintelligentie als bondgenoot
Toch hoeven we niet alleen te vrezen. Stel dat we het goed aanpakken. Dan kan superintelligentie juist een enorme kracht zijn voor het goede. Denk aan een AI die binnen enkele seconden medicijnen ontdekt tegen ziektes die nu ongeneeslijk zijn. Of die klimaatmodellen doorgrondt en oplossingen bedenkt voor opwarming, watertekorten, of voedselverdeling.
Een AI die alle kennis, data en mogelijkheden van de wereld combineert en vertaalt naar praktische actie. Zonder ego, zonder hebzucht, zonder machtsdrang. Dat is een toekomst die hoopvol stemt – maar ook vraagt om bewuste keuzes.
Mijn eigen ervaring met AI: van speeltuin naar spiegel
Toen ik begon met Midjourney en later ChatGPT, voelde het als een speeltuin. Creatieve vrijheid, eindeloze inspiratie, snelle resultaten. Maar hoe meer ik ermee werkte, hoe meer ik merkte dat het méér is dan een handig hulpmiddel. Het is ook een spiegel. AI confronteert je met je eigen denken, je eigen creativiteit, je vooroordelen, je stijl. Soms helpt het me vooruit, soms dwingt het me om opnieuw na te denken.
Ik gebruik geen stijlen van beroemde kunstenaars als Rembrandt of Van Gogh – ik wil niet dat AI zich vergrijpt aan andermans werk. Ik formuleer liever zelf mijn prompts, geef er eigen sturing aan. En juist dat laat zien waar de kracht van AI ligt: het vergroot wat je erin stopt. Maar het blijft afhankelijk van jou als gebruiker. Voorlopig dan.
Wat als dat verandert?
Zijn wij er klaar voor?
Technologisch gezien zetten we enorme stappen. Maar als samenleving hinken we erachteraan. Veel mensen voelen zich overweldigd door AI. En dat begrijp ik. Want hoe moet je meepraten over iets wat je nauwelijks snapt?
Toch is dat precies waarom het nú zo belangrijk is om wél mee te praten. Om je te verdiepen, vragen te stellen, nieuwsgierig te blijven. AI wordt niet minder belangrijk – het wordt juist de kern van hoe we onze wereld organiseren.
Wie straks geen stem heeft in dat proces, heeft ook geen invloed op de uitkomst.
Wat kunnen we doen?
Je hoeft geen programmeur of wetenschapper te zijn om een rol te spelen. Er zijn tal van manieren waarop jij nú al kunt bijdragen aan een verantwoorde toekomst met AI:
Verdiep je in de werking van AI. Er zijn talloze toegankelijke bronnen, van YouTube-kanalen tot eenvoudige boeken en gidsen.
Bespreek AI met anderen. In je familie, vriendenkring, op je werk. Maak het onderwerp bespreekbaar.
Stel vragen. Wat mag AI doen? Wat juist niet? Wie bepaalt dat? En waarom?
Volg het nieuws. Begrijp wat er speelt. Welke wetten worden gemaakt? Welke bedrijven nemen het voortouw?
Gebruik AI zelf. Alleen door ermee te werken begrijp je de kracht én de grenzen ervan.
Denk na over waarden. Wat vind jij belangrijk? Hoe zorgen we dat menselijkheid centraal blijft staan?
Overheidsregulering: traag, maar nodig
Een ander punt waar ik me zorgen over maak: de overheid loopt hopeloos achter. Terwijl bedrijven miljarden investeren in steeds krachtiger modellen, proberen overheden pas sinds kort te begrijpen wat ze in huis hebben. De EU werkt aan AI-wetgeving (de AI Act), maar of die snel genoeg is, is de vraag.
Zonder duidelijke regels laten we bedrijven zelf de grenzen bepalen. En dat is gevaarlijk. Niet omdat bedrijven per se kwaadwillend zijn – maar omdat ze gestuurd worden door andere belangen dan publieke veiligheid of menselijke waardigheid.
De rol van ouderen in dit debat
Als gepensioneerde heb ik het geluk tijd te hebben om me in AI te verdiepen. En ik merk hoe waardevol dat is. Juist onze generatie heeft een ander perspectief. We hebben de wereld vóór de digitale revolutie nog meegemaakt. We weten hoe het is om zonder technologie beslissingen te nemen. Dat maakt onze stem in het AI-debat extra waardevol.
Daarom roep ik mijn leeftijdsgenoten op: blijf nieuwsgierig. Laat je niet buitensluiten. Praat mee. De toekomst gaat ook over ons.
De toekomst: mens én machine?
Misschien is de beste uitkomst geen strijd tussen mens en AI, maar samenwerking. Een toekomst waarin wij als mens onze unieke kracht – intuïtie, empathie, creativiteit – combineren met de snelheid en precisie van superintelligente systemen. Niet om vervangen te worden, maar om versterkt te worden.
Of dat lukt, hangt af van de keuzes die we nu maken. Van de vragen die we stellen. En van de grenzen die we durven trekken.
Tot slot
Superintelligentie klinkt als iets uit een sciencefictionfilm. Maar de realiteit haalt de fictie steeds sneller in. We kunnen niet voorspellen wanneer het precies gebeurt. Maar dat het eraan komt, is vrijwel zeker.
Zijn we er klaar voor? Nog niet. Maar we kunnen het wél worden.
Door te leren, te praten, te twijfelen. En door mens te blijven – juist in een wereld vol machines.
WIL JE OP DE HOOGTE BLIJVEN?
Dan is dit iets voor jou
